Wanneer ik Claartje Kruijff thuis in haar woonplaats Laren ontmoet, voelt het op afstand groeten onnatuurlijk. We hebben tijdens haar periode als Theoloog des Vaderlands intensief samengewerkt en nu is er de verplichte afstand. Ik vertel Claartje over mijn intentie die ochtend om het interview op het laatste moment af te zeggen, omdat mijn geliefde een dag eerder plotseling te maken kreeg met een zware aanval van hyperventilatie. Voor mij was dat een heftige ervaring, zeker omdat het uit de lucht kwam vallen. Pas nadat mijn echtgenote mij letterlijk het huis uit dirigeerde, stapte ik in de auto naar Laren.

Claartje reageert op de voor haar zo typische wijze, met het delen van een eigen persoonlijke ervaring. Eerder die week viel haar moeder op het trottoir en brak daarbij haar heup. Het zorgde voor een hectische en drukke week in huize Kruijff, want Claartjes moeder vraagt niet graag hulp. Hoe herkenbaar is dat voor ons allemaal, dat we liever helpen dan geholpen worden? En wat betekent dat als we afhankelijk worden? Zo praten we een half uur over gezondheid en over dat magische woord: kwetsbaarheid.

Het doet me denken aan de interviewreeks van Volkskrant-journalist en schrijver Fokke Obbema, die in 2017 een hartstilstand had. De ervaring riep bij Obbema grote levensvragen op, wat resulteerde in een interviewserie en bijbehorend boek De zin van het leven. Obbema publiceerde een veertigtal prikkelende gesprekken met zeer uiteenlopende gesprekspartners, waaronder een gesprek met Claartje, en steevast luidde de eerste vraag: ‘Wat is de zin van ons leven?’

Is een bijna doodervaring altijd hét moment om na te denken over de zin van het leven, of heeft het ook te maken met de trend in de samenleving dat we weinig meer met religie hebben?

“Ik denk beide. Als je van de ene op het andere moment wordt geconfronteerd met je kwetsbaarheid, als je wordt ontslagen of er gebeurt iets met je partner of je dierbare, iets totaal onverwachts, dan word je bijna letterlijk gedwongen om na te denken over het leven. We waren, al voor Corona, tegen onze individuele en collectieve grenzen aangelopen. Lange wachtlijsten bij psychologen veel burn-outs, depressies, eenzaamheid, verslavingen. Onze aarde in nood. Ik kan dit alles niet in een paar zinnen makkelijk duiden of op één hoop gooien maar dat veel van deze problematiek ook samenhangt met spirituele armoede en een verlangen naar een andere manier van samenleven lijkt mij evident.”

Wat laat de actuele coronacrisis jou persoonlijk zien als het gaat om kwetsbaarheid?

“Dat we niet zonder elkaar kunnen. Dat we afhankelijk zijn van de verbindingen die ons maken tot wie wij zijn. Deze crisis heeft ons opnieuw context gegeven. Zo ervaar ik het. We vroegen niet meer ‘wie ben je, wat doe je, hoe gaat het met je? Nee, we vroegen in eerste instantie: hoe is het met je familie en vrienden, met jouw dierbaren, hoe is het met je bedrijf, je opdrachtgever, kerk, het museum waar je zo graag komt? En hoe is het dus met jou?”

Open spreken over je gevoelens is niet eenvoudig. Vragen we niet te veel van anderen om onze kwetsbaarheid te aanschouwen?

“Interessante vraag. Je kunt ook niet steeds je hebben en houwen maar op tafel leggen. Dat is voor anderen te belastend. Die zitten namelijk ook met hun eigen wonden, pijn en tekort. Het gaat mij meer om een grondhouding. Dat je er niet te veel voor terugdeinst. Want dan gaat er veel kostbare menselijke ontmoetingsruimte verloren. Echte kwetsbaarheid overkomt je. Als de grond onder je voeten vandaan getrokken wordt. Privé of als collectief bijvoorbeeld als gevolg van een zeer besmettelijk virus. Kwetsbaarheid heeft te maken met broosheid, breekbaarheid. De zaken niet in de hand hebben. Het gebeurt je. Ook in het klein: Als je gaat blozen. Wanneer je een presentatie houdt en beginnen te stotteren, je tekst kwijtraakt. Je naaktheid breekt door, je wordt met je fundamentele afhankelijkheid geconfronteerd. Maar die kwetsbaarheid blijkt voor ons toch kostbaar, het brengt ons dichterbij echt en wezenlijk contact. De ‘prijs’ van kwetsbaarheid is compassie.”

Kwetsbaarheid heeft te maken met broosheid, breekbaarheid. De zaken niet in de hand hebben. Het gebeurt je.

Claartje Kruijf

Je werkt bij de Remonstranten als ‘vernieuwingspredikant’. Wat behelst die functie?

“Ik krijg twee dagen in de week de vrijheid om de uren in te richten voor mensen van buiten de kerk. Ik ben als het ware vrijgesteld van het gewone predikantswerk en krijg daadwerkelijk de tijd om nieuwe activiteiten te initiëren, maar ook om nieuwe verbindingen en plaatsen op te zoeken en buiten de kerk te ontdekken. Wat werkt en wat werkt niet? Waar is behoefte aan en niet? Of een laag dieper: wat leeft er en waar ligt een behoefte waar mensen niet wisten dat ze het hadden?”

Er zijn overal pioniersplekken in de kerk aan het ontstaan. Hoe kijk jij naar dit fenomeen?

“Ik vind het bijzonder dat die openheid er is. Dat mensen op pad worden gestuurd om te verkennen. De spannendste vragen zijn de vragen die daarop volgen. Wanneer ben je nog predikant, hoe ruim is dat te interpreteren? En als je elders aansluiting of verbinding vindt wat betekent dat voor de verbinding met de kerk? Want dat is de vraag die ook krijg: fijn dat je mensen weet te enthousiasmeren, en nu, betekent dat dan ook nieuwe leden voor de kerk? En precies dit is een moeilijke vraag. Hier heb ik geen antwoord op. Want die nieuwe mensen met belangstelling zie ik niet naar de traditionele gemeenschappen terugvloeien; terwijl er wel iets van een gemeenschapsgevoel ontstaan kan.”

Uiteindelijk draait kerkleven om de bijbel en vernieuwing staat meestal op gespannen voet met traditie. Hoe ga je om met deze ogenschijnlijke tegenstrijdigheid?

“Het heeft te maken met openheid. En met mensen een openheid bieden waar ze zelf door verrast zijn. Kerk, geloof en moeten hangen helaas nog steeds samen in de beeldvorming van mensen. Ik moet als predikant steeds door al die verstokte beelden van mensen heen. Tegelijk zijn het juist die oude beproefde woorden en rituelen die mensen ook kunnen raken. Het is een fijnzinnig spel tussen oud en nieuw. Soms oude wijn in nieuwe zakken, soms nieuwe wijn in oude zakken, dan weer nieuwe wijn in nieuwe zakken en ook af en toe oude wijn in oude zakken. En vanuit de kerken moeten we toegeven dat we minder open zijn dan we denken. Heel veel van ons spreken en handelen binnen de kerk is voor insiders. Voor mensen die met heel weinig tot niets zijn opgevoed echt abracadabra. Je hebt bijna een incubatietijd nodig om een kerkdienst goed te kunnen volgen. Het is een grote uitdaging richting de toekomst om met generaties te werken die zo weinig hebben meegekregen.”

Hoe kijk je terug op jouw periode als Theoloog des Vaderlands?

“Vooral als een leerzame periode. Ik heb dat podium ingewikkeld gevonden, of het wel mijn plaats was. Ik kwam mijzelf behoorlijk tegen. Verschillende mensen raadden mij ongevraagd mediatraining aan om goed over te komen. Ik ontving talloze mails met vragen en uitnodigingen. Ik raakte gaandeweg in mijzelf teleurgesteld. Het voelde raar en eenzaam. Alsof het mijn plek niet was. Waar ik bij de uitverkiezing had gevoeld dat ik ergens was aangekomen, alsof ik de finish had bereikt, voelde ik mij nu alleen maar verder van huis.

Claartje Kruijff is theoloog en vernieuwingspredikant
Claartje Kruijff: 'We worden meer en meer bevraagd op onze geestelijke weerbaarheid.'© Enis Odaci

Tegelijkertijd zag ik een groot en wijd podium dat ik voor mijn gevoel onvoldoende beklom. Overal zag ik plekken waar ik niet was. Had ik daar kunnen of moeten zijn? Ik voelde mijn falen steeds vijandig op de loer liggen. De ander werd eerder mijn concurrent - iemand die iets kon wat ik ook van mijzelf moest kunnen - dan een medestander.

Pas toen in een groep bevriende collega’s mijn scherm durfde te laten vallen en mijn benauwdheid kon loslaten kon ik mijzelf via hen weer vinden. Ik voel mij nu, zonder titel, vrijer en sterker. Maar dat heeft ook te maken met ervaringen opdoen als deze. Met vallen en opstaan, en gêne en teleurstelling in jezelf. Met compassie van vrienden die om je heen staan. En vandaaruit ontdekken: dit ben ik niet, maar dit ben ik wél.”

Je schrijft momenteel aan een nieuw boek, wat kunnen we verwachten?

“In mijn nieuwe boek dat in het najaar uitkomt, Stevig staan in een kwetsbare wereld, het belang van een krachtige levenshouding, zoek ik naar een levenshouding te midden van alle onzekerheid, verandering, mogelijkheden en stemmen. We worden meer en meer bevraagd op onze geestelijke weerbaarheid. Hoe leer ik steviger staan? Vanuit welke levenshouding leef ik? Dit is precies de ruimte waar ik naar op zoek ga in dit boek. Ik ben op zoek gegaan naar ankerpunten die mij steviger doen staan en waarop ik kan terugvallen als ik dreig af te drijven. Hoe vind ik houvast terwijl alles om mij heen veranderlijk en vloeibaar is?”

Dat klinkt niet als een tienstappenplan naar een gelukkig leven!

“Nee joh, alsof ik dat zou kunnen voorschrijven. En dat gelukkige leven, laten we dat maar eens parkeren. Geluk is niet vast te pakken of te hebben. Niet te controleren of te managen. Ik heb in ieder geval zelf ontdekt dat, hoe minder ik met mijzelf bezig ben – hoe minder ik mij afvraag of ik wel happy ben, des te vaker geluksmomenten mij kunnen overvallen.”

Terugkomend op het individu die onderdeel is van een groter geheel. Tot welk groter geheel behoor jij?

“Ik behoor tot allerlei grotere gehelen en weefsels. Mijn gezin, vriendengroep, twee kerkgemeenschappen, verenigingen waar ik mij aan verbonden heb, ga zo maar door.

Maar ook behoor ik tot mijn geschiedenis. Juist in deze tijd kijk ik vaak vanaf mijn bureau naar het bijbeltje van mijn grootmoeder uit haar tijd in het Jappenkamp. Het bijbeltje is gekaft met een rietachtig materiaal dat begint te slijten. De kaft is fijn en aandachtig beschilderd met een dun penseeltje. Aan de binnenzijde van de kaft staat met grove streek haar Prisoner of War-nummer genoteerd. De hardvochtige werkelijkheid aan de binnenkant van die tere, fragiele buitenkant. Ik raakte gefascineerd door het bijbeltje. Ik ben opgevoed met het beeld van een sterke grootmoeder, die te midden van al haar zorgen en beproevingen, mens bleef. Die bleef delen van het weinige dat ze had. Die naar vergeving zocht en anderen vergeven kon.

We zijn afhankelijk van de verbindingen die ons maken tot wie wij zijn.

Claartje Kruijf

Mijn grootvader was een rebelse student uit Delft. Een pacifist noemde hij zichzelf. Hij ging werken voor de Koninklijke Parketvaart Maatschappij in Singapore. Mijn grootmoeder volgde hem, ze kende hem nog van het gymnasium. Zij kwam uit een intellectueel en net milieu, dus haar ouders vonden het maar niks dat ze voor hem koos. Zij trouwden met de handschoen. Niet veel later vluchtten ze naar Batavia waar ze vervolgens werden geïnterneerd. Mijn grootvader werd tewerkgesteld aan de Burma Railway. Hij overleed daar, net achtentwintig jaar oud. De twee geliefden, mijn grootouders, hebben elkaar nooit meer gezien. Mijn grootvader heeft zijn dochter, mijn moeder, nooit ontmoet en zij hem niet.”

Deze geschiedenis raakt letterlijk aan jouw leven nu.

“Ja, hun geschiedenis en hun verhalen raken mij. Soms raakt wat ik van en over hen lees mij letterlijk onder mijn huid. Het voelt dat ik er iets mee moet, alsof ze door de brieven en notities die ik van haar vond heen mij iets te zeggen hebben. Als ik naar het bijbeltje dat mijn grootmoeder bij zich had tijdens de oorlog kijk, dan denk ik: wat hebben hun ervaringen en geloofsleven mij te zeggen in deze tijd? Met welke levenshouding hielden zij dit vol? Hoe leer ik, in mijn eigen kwetsbaarheid, via hen opnieuw steviger staan? Mijn grootouders leefden in gevangenschap, maar hadden een stevige levenshouding gebaseerd op gezamenlijke waarden. En ik, in alle vrijheid die ik heb, in een samenleving waar de gezamenlijke coördinatiepunten verloren dreigen te gaan, moet daarin mijn eigen kompas vinden. In mijn nieuwe boek probeer ik te articuleren wat mijn plaats is in het grotere geheel en op welke ankerpunten mijn levenshouding berust. Hoe ik die levenshouding kan blijven uitoefenen, ook als ik dreig af te dwalen of terug te waaien de leegte in.”

Paspoort

Claartje Kruijff (Soest, 1971) is sinds november 2018 vernieuwingspredikant bij de Remonstranten Naarden-Bussum.

  • Studeerde Theologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam
  • Remonstrants Seminarium
  • Gedoopt in de oecumenische Dominicusgemeente in Amsterdam.
  • Was Theoloog des Vaderlands in 2018.
  • Publiceerde Leegte achter de dingen (2016) en Slow Food (2018) in samenwerking met een schrijverscollectief.
  • Schrijft momenteel aan haar nieuwste boek Stevig staan in een kwetsbare wereld.
  • Is sinds 2018 vernieuwingspredikant bij de Remonstrantse kerk in Naarden-Bussum.

Claartje Kruijff is getrouwd en heeft drie dochters.