Het is warm. Veel te warm. In de pastorie krijgen we de temperatuur maar niet onder de 30 °C. Na alweer een nacht zwetend wakker te hebben gelegen ben ik het zat. Ik koop een tent waarin zoonlief en ik voortaan heerlijk in de tuin slapen. Behalve als het onweert, een van onze honden ziek is of er een feestje is bij de studenten naast ons. Maar het is allemaal beter dan in de benauwde hete slaapkamer.

’s Morgens sta ik extra vroeg op om in relatieve koelte te wandelen. De pup is inmiddels vijf maanden en al een stuk groter dan de andere hond. Die lijkt de laatste tijd ineens zo klein, oud en stijf. Of ís hij dat ook werkelijk? Werkelijk
geen idee. Ik ben gewoon niet meer in staat te kijken met de ogen van ‘voordat de pup kwam’.

De eerste keer dat de pup iemand met een mondkapje zag, kroop hij nog angstig achter mijn benen. Nu is hij net als ik gewend aan mondkapjes, handschoenen en de geur van ontsmettingsmiddelen die om mensen heen hangt. Op de nieuwsapp zie ik beelden van mensen die hun leven op het spel zetten in demonstraties tegen de Loekasjenko’s van deze wereld.

We zijn gewoon niet in staat om te kijken met de ogen van ‘vóór corona’ of ‘vóór deze tijd van populistische dictators’. En we kunnen al helemaal niet kijken met de ogen van iemand in een totaal andere situatie dan wijzelf.

Het is nacht en ik moet naar de wc. Die is relatief lastig te bereiken vanuit de tent. Ineens lijkt het me prima om ‘gewoon’ in de tuin te plassen. Ik lig daarna nog een tijd te piekeren. Niet over hoe ik het wildplassen deze week tot kunst zal verheffen, maar over de implicaties van mijn herontdekking van de relativiteitstheorie.

Hoe kan ik nog een mening hebben over jongeren die de coronaregels niet (meer) zo nauw nemen, nu ik zelf de vijftig ben gepasseerd? Hoe moet ik in mijn preken de actualiteit duiden, als ik weet dat iedereen ziet met andere ogen? Ik val in een onrustige slaap.

In de ochtendkrant lees ik over steekpartijen met dodelijke afloop. Ook daarover ontstaan keiharde discussies, waarin de slachtoffers uit beeld raken en mensen met verschillende gezichtspunten lijnrecht tegenover elkaar staan.

Tussen twee happen brood aai ik de hond. Gelukkig las ik dat honden nog een stuk hygiënischer zijn dan bijvoorbeeld mensenbaarden. Alles is relatief.

Wilma Hartogsveld is theoloog, predikant en schrijver.