Vooropgesteld: mensen willen over het algemeen niet dood, noch een geliefde verliezen. De dood heeft een rouwrand, en soms een heel dikke rouwrand. Natuurlijk is de dood een vijand. Dat gegeven wil ik recht doen. Maar daar is altijd al aandacht voor. Het gaat me nu om de andere kant. Alles in de natuur heeft twee gezichten. Water is onze vriend en onze vijand. De zon is soms een vriendelijk zonnetje en soms een koperen ploert. Zo heeft ook de dood twee gezichten.

Maar in onze cultuur zien we alleen dat vijandige gezicht. Wij denken uitsluitend in termen van verlies. Wij zijn als de rivier die alleen zijn verdwijnen in de zee betreurt maar vergeet dat hij nu de oceaan wordt. Ik wil kijken vanuit het perspectief van de oceaan.

De 20ste-eeuwse Amerikaanse toneelschrijver Paul Osborn schreef er een toneelstuk over: On borrowed time. Hoofdpersoon Gramps mag een wens doen en weet de dood onschadelijk te maken door hem in een appelboom ‘vast te zetten’. Tot een arts, dokter Evans, hem komt smeken om de dood weer vrij te laten, opdat zijn patiënten verlost worden uit hun uitzichtloze pijn!

Ik denk dan aan een dementerende vriend en aan mijn dementerende schoonmoeder. Ergens las ik iets over horrorscenario’s in verpleeghuizen, maar hun levens vormden ook zonder corona al een horrorscenario. Mijn vriend kon alleen nog ‘klote’ zeggen en mijn schoonmoeder heeft twaalf jaar in een cocon van verdriet geleefd, terwijl men haar bij ernstige ziekte toch elke keer voor de poort van de dood wegsleepte. Gij zult leven, nietwaar?

Je zou om een coronavirus gebeden hebben. Na al die martelende jaren mocht zij eindelijk haar natuurlijke dood sterven. Mijn vriend is ‘gelukkig’ in een eerder stadium overleden, aan een genadige longontsteking. Wij begrepen waarom die ziekte wel gekarakteriseerd wordt als ‘friend of the aged’. Het is deze lichtzijde van de dood die ik naar voren wil keren: de dood als bevrijder, als vriend.

Wat we van deze crisis kunnen leren is dat de meeste mensen in onze cultuur niet ‘klaar’ zijn voor de dood

Wim Jansen

Zichtbaar geworden onzichtbaarheid

Wat we van deze crisis kunnen leren is dat de meeste mensen in onze cultuur niet ‘klaar’ zijn voor de dood. We zien ongemak, taboe, correctheid, niet-acceptatie en vooral paniek. In grote delen van de wereld is het normaal om zo in onzekerheid te leven als wij nu plotseling genoodzaakt waren te doen. Daar leeft men meer bij de dag. Maar wij zijn chaos ontwend, stelde Olaf Tempelman in de Volkskrant (23 mei 2020). Vandaar de paniek.

Wij zijn ook de dood ontwend. Dr. Erwin Kompanje, onderzoeker aan de Erasmus-universiteit, constateert op zijn blog (kompanje.org) dat ‘een verwacht overlijden op hoge leeftijd’ nu ineens ‘coronadode’ is gaan heten. Jaarlijks overlijden heel veel kwetsbare ouderen aan een virus dat het laatste zetje geeft, maar dat zien wij niet. Die dood is onzichtbaar. We laten er ons leven niet door ontwrichten. Corona zet dat gegeven plotseling in de schijnwerpers en we schrikken ons rot. Gaan te vuur en te zwaard levens redden. En noemen het oorlog.   

Filosofe en voormalig huisarts Marli Huijer (de Volkskrant, 8 april 2020) signaleert ‘een ander, onderliggend gevecht: dat tegen onze sterfelijkheid’. Natuurlijk stelt zij ook voorop dat ieder mens de mogelijkheid moet hebben om niet vroegtijdig te sterven, maar ‘uiteindelijk kunnen we er niet omheen dat doodgaan bij het leven hoort.’

Daar is het fout gegaan aan het begin van de coronacrisis. Bij de insteek in de getallen: het aantal doden, zonder te kijken wie die doden waren en waar ze vielen: regio, leeftijdscategorie, etc. De kwaliteit van leven – met name in verpleeghuizen – werd aangetast om blindelings de kwantiteit te garanderen. Want we zijn als de dood voor de dood. Daarom moet die koste wat kost worden bestreden, ongeacht de context.

Leren leven met de dood

Natuurlijk betekent de dood pijn en verlies. Maar als er één ding is dat ik zowel in mijn persoonlijke leven als in mijn pastorale werk heb mogen constateren, is het dit: een mens is toegerust om het aan te kunnen. Wij beschikken over een latent vermogen om de dood van dierbaren te boven te komen.

Een jonge vrouw verloor kort na elkaar twee kinderen. Bij de kinderarts huilde ze uit en snikte: ‘Ik kan dit niet!’ Waarop de arts zei: ‘Jij kunt dit wel!’ Later vertelde ze hoeveel kracht haar dit antwoord had gegeven.

Wie in alle realiteitszin rekening houdt met de dood, durft risico te nemen

Wim Jansen

Mensen zijn toegerust om te leven met de dood, maar omdat die in onze cultuur steeds verder van ons vandaan geschoven wordt leren we niet meer om dat vermogen van jongs af aan te ontwikkelen. Wie in alle realiteitszin rekening houdt met de dood, durft risico te nemen. Daaraan bleek het in coronatijd velen te ontbreken, tenminste als je zag hoe agressief sommige mensen reageerden als je niet snel genoeg uitweek. Alsof je melaats was… Deze rigiditeit heeft veel wantrouwen in de samenleving teweeggebracht.

In zijn Ethica (Stelling IV,67) bindt Spinoza ons op het hart om ‘aan niets minder te denken dan aan de dood’ en te focussen op het leven. Daarmee bedoelt hij niet dat we onze sterfelijkheid moeten verdringen, maar juist integreren in ons leven. Hij die zelf op jonge leeftijd zijn ouders verloor – en broer en zus! – heeft natuurlijk leren leven met de dood. En wat houdt dat in? De oproep om juist voluit te leven! En dus ook risico’s te durven nemen.

Intensivering

Zo kan de dood tot een kracht worden in de intensivering van het leven. Denk aan het innige oplichten van een landschap bij avond. Aan de echt Goddelijke schoonheid van de lente, die ik mij dit jaar des te meer bewust was vanwege mijn ziekte en in de heftigste coronatijd. Indianenopperhoofd Seattle zei het in zijn beroemde toespraak in 1854: ‘Onze doden vergeten dit prachtige land nooit.’ Besef van schoonheid wordt ingescherpt juist door de dood.

Na de Annunciatie dat ze niet meer beter kon worden dichtte Jacqueline van der Waals:

‘…’t dennenbosje geurde en de rozen!
En ‘k had het leven nooit zo liefgehad.’

Voorbij het verdriet kunnen we ook zo naar de dood kijken: als een vriend, die de geuren en de schoonheid van het leven intensiveert.

Het gaat altijd door tranen heen, maar hoe je het ook wendt of keert, de dood wekt en intensiveert liefde. Rouwen is niets anders dan liefhebben. Het is in het licht van de dood dat de liefde opgloeit. Mijn geliefde en ik waren dit voorjaar vijftig jaar… nee, niet getrouwd, maar verliefd! Ik weet zeker dat wij, ondanks het feit dat we het niet pontificaal hebben kunnen vieren, dit nooit zo intens hadden ‘gevierd’ zonder de schaduw van mijn ziekte over ons leven. Zelfs dat niet-normale nieuwe normaal van corona gaf er een bijzondere glans aan!

Sterk als de dood is de liefde – zo zong ons Hooglied.

De dood intensiveert ook het verticale mysterie van het leven. Maakt je gevoeliger voor ‘de dingen van God’. De dood richt de gedachten op de eeuwigheid en voegt in die zin de overstijgende dimensie aan het leven toe. Het perspectief vanuit de oceaan. Meteen na mijn eigen ‘annunciatie’ kwam ik in een verstillende modus. Van opgaan in God. Onthechting. Diepe rust. Gloed van liefde. Wat Paulus noemt: de vrede van God die alle verstand te boven gaat.

Zen-boeddhist Niko Tenki Roshi schrijft in zijn essay De dood heeft geen titel: ‘Het besef van de dood geeft aanleiding tot zachtmoedigheid, vergevingsgezindheid, zorgzaamheid. En hoewel de dood hard kan toeslaan, is hij voor de Unsui (zen-monnik, WJ) een fluisterend gevoel, een lieflijke stem, die aanspoort tot aanvaarden en verdragen van wat onaanvaardbaar en onverdraaglijk is.’ (www.zenamsterdam.nl)

Wim Jansen
Wim Jansen© Wim Jansen

Leven met de doden

Ik wens ons als westerse cultuur niet alleen toe dat we leren leven met de dood, maar ook dat we leren leven met de doden. Dat we het universeel menselijke besef van ‘de doden om ons heen’ serieus nemen en er meer uit leven. Dan heb ik het niet over spoken, geestverschijningen of spiritisme. En evenmin over de geloofsaanname van een hiernamaals.

Waar ik op doel is het bewustzijn van de energie van onze geliefde doden om ons heen en in ons. Wij dragen de dodenstad Thebe in ons. Het is goed om daar met regelmaat in af te dalen om onze geliefden te eren. Bovenal: je hun liefde te binnen te brengen. Door dit bewustzijn te cultiveren – in rituelen, gedachtenisdagen, de eigen stilte – ga je hun nabijheid ook werkelijk ervaren.

In een interview met de titel Waar zijn de doden gebleven (www.filosofie.nl 2016)) zegt cultuurfilosoof Jean-Pierre Wils: ‘Ik onderscheid twee soorten culturen: de traditionele cultuur en de moderne cultuur. Het verschil tussen deze twee zit hem in de afstand tussen de doden en levenden.

In traditionele culturen bevinden de doden zich letterlijk veel dichter bij de levenden dan in moderne culturen. Daardoor ziet men de doden niet als werkelijk dood. Ze zijn getransformeerd, maar nog wel aanwezig.’ Een typisch voorbeeld van zo’n traditionele cultuur is die van de indianen.

In zijn hierboven al aangehaalde toespraak roept Seattle op om de gestorven voorouders te herkennen in de natuur: ‘Onze doden leven voort in de stille wateren van de aarde. Zij keren terug als de naderende voetstappen van de komende lente. Het is hun geest die als een rimpeling van de wind over de meren loopt.’

Toch wordt ook in een moderne cultuur als de Japanse met de doden geleefd. In het genoemde essay schrijft Roshi over Japan als cultuur van de dood, hoe Japanners de vergankelijkheid vol bewondering beleven: ‘Zeer bewust ondergaan zij de seizoenen. Begin april gaan ze en masse naar de parken om de kersenbloesems te bewonderen. […] Zij vieren de kortstondige kleurenpracht van vergankelijkheid.’ 

De schoonheid van het sterven 

Laten we van deze crisis geleerd hebben om niet meteen te verkrampen als we geconfronteerd worden met onze sterfelijkheid. Niet meteen in de modus te schieten van ‘koste wat kost redden wat er te redden valt op een overbelast IC’.

Laten we geleerd hebben in sommige situaties de natuurlijke levensloop zijn gang te laten gaan en de dood te verwelkomen als een vriend. Ik heb het niet over jonge mensen die wreed uit het volle leven worden weggescheurd en bijvoorbeeld een nog van hen afhankelijk gezin achterlaten, maar als je alle levensfasen hebt gehad moet het ook een keer genoeg zijn. Dan moet je niet meer eindeloos willen rekken maar ook die laatste fase onder ogen willen zien, namelijk die van onthechten en jezelf loslaten in de eeuwigheid: de eindeloze liefde.

Wie de gelegenheid krijgt om dat waardig en bewust te ondergaan kan zijn sterven transformeren tot, wat Henri Nouwen noemde, the greatest gift voor de nabestaanden. Een kostbaar moment van liefde en schoonheid.

Ook als jongere is het wijs en heilzaam om je bewust te zijn van de nabije realiteit van de dood

Wim Jansen

Ook als jongere is het wijs en heilzaam om je bewust te zijn van de nabije realiteit van de dood. Daardoor leer je niet alleen om het leven in zijn volle waarde te genieten maar ook om je sterfelijkheid een volwaardige plaats te geven in je leven. Ik ken ook voorbeelden van jonge mensen die hun leven konden loslaten. 

Toen ik achttien was interviewde ik de dichter Hans Andreus en vroeg hem hoe hij zou willen sterven. Zijn antwoord ben ik nooit vergeten: ‘Bewust. Zoals een Bedoeïen zijn kameel achterlaat in de woestijn, om daar te sterven: in volle vrede met zijn God.’ Een rustgevend beeld voor de schoonheid van het sterven. Ik vertaal het nu zo: verenigd worden met je bron.

Het helpt als je het perspectief vanuit de oceaan geoefend hebt. Als je ‘de innerlijke dood’ hebt ondergaan. Gestorven doodgaan, noemde Nijhoff dat. Daarom verlaat ik de zaal met een wijsheid van zenmeester Hui-neng: ‘Als je doodgaat voordat je doodgaat, ga je niet dood als je doodgaat.’

Wim Jansen (1950) is emeritus predikant van o.m. Vrijzinnig Delft en de Vrijzinnige Koorkerkgemeenschap in Middelburg. Hij schrijft columns voor www.ongrond.nl en www.nieuwwij.nl. Meer over hem, zijn beleving van de mystiek en zijn boeken op zijn website www.wimjansen.nu.