Wie op vrijdagavond 27 september 2019 langs het Amsterdamse Spui liep, kon een rij zien staan tot ver buiten het smeedijzeren hek rondom de Oude Lutherse Kerk. Een welvarend, blank, hoogopgeleid publiek, veelal van boven de vijftig, verzamelde zich voor een bijzondere boekpresentatie. Kaartjes voor de bijeenkomst waren in een mum van tijd uitverkocht geweest.

Meer dan zeshonderd mensen kwamen nu bijeen om zich te buigen over de vraag: wat is de zin van het leven en waar kun je die vinden? Dat alles vond – oh ironie – plaats in een kerkgebouw dat door de Luthers-protestantse gemeente wordt verhuurd aan de Universiteit van Amsterdam wegens een tekort aan kerkgangers, en dat door de UvA voornamelijk wordt gebruikt om de feitelijke wetenschap te vieren.

Obbema en ‘De zin van het leven’

Ook ik stond in de rij die avond, want Fokke Obbema, de auteur van het boek in kwestie, is een oude en goede vriend. Hij was blij verrast door de hoge opkomst, door de geconcentreerde aandacht van het publiek en door de enorme belangstelling voor zijn project sowieso. Nadat hij, een geharde journalist bij de Volkskrant, na een hartstilstand klinisch dood was maar op miraculeuze wijze weer tot leven kwam, raakte hij gebiologeerd door de vraag: wat is de zin van het leven? Zoals een journalist betaamt, ging hij op onderzoek uit.

Hij begon een reeks openhartige interviews met uiteenlopende landgenoten. Hun bekentenissen raakten een snaar bij honderdduizenden lezers. Het aangrijpende verhaal dat Fokke schreef over zijn eigen ervaring en waarmee de reeks van start ging, sloeg in als een bom. Nog steeds is het een van de best gelezen verhalen ooit op volkskrant.nl. Zoals te verwachten werden de interviews gebundeld in een boek, De zin van het leven, dat die septemberavond ten doop werd gehouden. Het boek werd een doorslaand succes en stond tot in 2020 in de boekentoptien. In december 2019 waren er al 35.000 exemplaren van verkocht.

Voor mij werd op deze avond opnieuw duidelijk: vragen over zingeving mogen weer openlijk worden gesteld

yvonne zonderop

Voor mij werd op deze avond opnieuw duidelijk: vragen over zingeving mogen weer openlijk worden gesteld. Er is honger naar antwoorden, en we schamen ons er niet meer voor. Oud-minister Ronald Plasterk maakte twintig jaar geleden nog goede sier met grapjes over zogenoemde ‘ietsisten’ die niet in God, maar wel in ‘iets’ geloofden. En spiritualiteit gold lange tijd als iets voor vrouwen van zekere leeftijd met geurkaarsen in huis en een Boeddhabeeld in de tuin.

Maar de tijden zijn veranderd. Wie had vijftig jaar geleden kunnen bevroeden dat anno 2019 zoveel hoogopgeleide de Volkskrant-lezers zich zouden bezighouden met de vraag: waartoe zijn wij op aarde? Dezelfde vraag die het katholieke volksdeel, de bakermat van de Volkskrant, altijd beantwoordde met: om God te dienen en daardoor in de hemel te komen.

Toen, vanaf de jaren zeventig, liepen progressieve de Volkskrant-lezers vooraan in de rij met kerkverlaters, op zoek naar autonomie. Ze wilden niet langer worden beperkt door beknellende regels en seksuele verboden, en niet langer worden gehinderd door vragen over zonde, schuld of het hiernamaals. Ze wilden leven in het nu, niet omwille van het hierna. Ze waren onderdeel van een massale beweging; in twee decennia stroomden de meeste kerken leeg. Voortaan gingen we op zondag sporten, winkelen en tijd nemen voor onszelf. Het verzuilde Nederland zeeg ineen. Individuele vrijheid werd het nieuwe baken en de nieuwe inspiratiebron.

Dat een interviewreeks over de zin van het leven een halve eeuw later zulke furore maakt in diezelfde de Volkskrant is dus een signaal van jewelste. De behoefte aan zingeving, aan inbedding, aan rituelen steekt overal de kop op. Er gloort een herwaardering voor religie en spiritualiteit. Na decennia van kritiek en weerzin slaat de slinger weer voorzichtig de andere kant op. Daar kon je bij wijze van spreken op wachten. Je kunt de ontkerkelijking wel vieren als een bevrijding – en veel mensen uit mijn generatie ervaren dat nog steeds zo. Maar daarmee zijn de vragen en behoeften waar godsdienst om draait de wereld nog niet uit. Vroeger reikte de kerk antwoorden aan op grote thema’s van leven en dood of van schuld en vergeving. Nu moeten we zelf op zoek. De vrouw naast mij in de rij aan het Spui – ze kwam uit Utrecht – vertelde: 'Je vraagt je toch af: waar gaat het leven nu om? Ik hoop vanavond antwoorden te horen waaraan ik mijn eigen mening kan scherpen. Dan kan ik mijn dochter ook beter antwoorden, die soms lastige vragen stelt'.

Ongelofelijk

Niet alleen Fokke Obbema maar ook ik ben geraakt door deze ontwikkeling. In het voorjaar van 2018 publiceerde ik het boek Ongelofelijk, over de verrassende comeback van religie. Daarin vertel ik hoe ik mij erop betrapte dat restanten van de christelijke cultuur wel degelijk in mij zitten, ook al ben ik niet gelovig en heb ik geen neiging om dat alsnog te worden. Ik vroeg aandacht voor het maatschappelijke belang van religie wereldwijd en voor de verwevenheid van onze cultuur met het christendom. Ik betoogde dat onze neiging om religie te bestempelen tot iets puur persoonlijks het publieke domein tot een lege arena heeft gemaakt, waarin populistische politici de ruimte kregen om het christendom te claimen als opponent van de islam, in plaats als van een rijke bron van cultuur en ethiek. En ik wilde laten zien dat religie niet dom is, zoals sommigen menen, maar juist bijzonder ingenieus. Het komt als geen ander waardestelsel tegemoet aan basisbehoeften van de mens. Dit verklaart waarom de rest van de wereld ons voorbeeld van ontkerkelijking niet is gevolgd.

Yvonne Zonderop: 'Ik word gevraagd omdat ik woorden geef aan een sluimerend gemis dat zich lastig laat benoemen.'© Martine Sprangers

Mijn boek kreeg een opmerkelijk welwillende ontvangst in de media. De verkoopcijfers kunnen niet tippen aan die van Fokke, maar toch behaalde Ongelofelijk negen drukken. Van meet af aan ontving ik veel uitnodigingen voor inleidingen of interviews. Ik word gevraagd omdat ik woorden geef aan een sluimerend gemis dat zich lastig laat benoemen. Religieuze termen als ‘het hogere’, ‘genade’, ‘de ziel’ of ‘het eeuwige’ waren decennialang besmet. Die sprookjes waaruit ze stammen hadden we toch achter ons gelaten? Nu begint het ons te dagen dat daarmee ook iets waardevols verloren is gegaan.

Met onze radicale afwijzing van religie hebben we onszelf de rijkdom ontzegd van rituelen die troost bieden bij ziekte of dood. We zijn de Bijbelse verhalen vergeten die onze cultuur voedden en die ons waarheden blootleggen over het leven. We ontnamen onszelf de gewijde plekken waar je naartoe kunt om het mystieke fysiek te ervaren, of om gewoon een kaars te branden. En we hebben onszelf van een taal beroofd waarmee je het hogere kunt benoemen, en alle ongrijpbaars dat daaraan verwant is. We mogen misschien blij zijn dat we nooit meer op zondag bij een preek hoeven zitten. Maar spreken we elders weleens over ingewikkelde begrippen als het goede, het kwade, het heilige, het metafysische? Wanneer dan? Met wie? Hoe stillen we onze spirituele honger?

Denkfout

Vooral de breed gedeelde opvatting dat religie iets is voor achter de voordeur, wreekt zich nu. Een tijd lang dacht een groot deel van prominent Nederland: als je zo nodig wilt geloven, ga je gang, maar val ons er niet mee lastig. Daarmee begingen we een denkfout. Religie is niet louter een particuliere opvatting. Het is een aansporing tot handelen, dus het manifesteert zich per definitie ook maatschappelijk. Maar vooral is religie verstrengeld met cultuur. Wat wij geloven en hoe wij geloven vertaalt zich in de verhalen die we onszelf vertellen, in woord, in beeld, in bouwkunst, in muziek. Het verschaft ons een taal die we (bijna) zijn verleerd. Want nu kost het moeite om erover te praten. We hakkelen, onzeker of de ander ons nog wel verstaat. Als taal niet meer wordt gebezigd, verdort ze en verliest ze haar betekenis. Hoe kunnen we dan nog communiceren over vragen die ons wel degelijk bezighouden, zoals ze de mensheid van meet af aan hebben beziggehouden?

Het verklaart voor mij de populariteit van auteurs die wél herkenbare begrippen aanreiken. Ze komen als geroepen. Kijk voor de grap eens naar de boeken die eind 2019 in de boekentoptien prijkten. Domineeszoon Rutger Bregman roept ons vanaf een imaginaire kansel toe dat de meeste mensen wel degelijk deugen. Vertrouw ze dan ook, zegt hij. Auteur Joris Luyendijk boekte veel succes met een verontwaardigd boek over de Britse financiële sector. Maar nu schreef hij een bestseller over het belang van hoop, een emotie die zich nu juist onttrekt aan kritische zin. Psychiater Dirk de Wachter herinnert ons eraan dat ongelukkig zijn nu eenmaal bij het leven hoort – iets dat we bijna zouden vergeten nu we niet meer worden herinnerd aan de lijdensweg van Jezus. En zie het eerdergenoemde succes van het boek van Fokke Obbema over de zin van het leven.

Je kunt de vraag ‘hoe te leven?’ niet blijvend wegduwen. En dus ga je op zoek naar inspiratie en wijsheid die je kunnen helpen bij het vinden van een antwoord op die vraag.

yvonne zonderop

'U heeft een gat in de markt aangeboord', riep een dame uit het publiek mij toe, toen ik in het najaar van 2019 een lezing hield over mijn boek in de Remonstrantse Kerk in Naarden. Ik had die avond verteld over de terugkerende belangstelling voor religie als cultuurgoed en als bron om uit te putten, ook voor mensen die niet kerkelijk zijn. Om haar heen zag ik het publiek knikken, grotendeels boven de vijftig, merendeels (voor zover ik kon inschatten) opgevoed met een geloof dat ze gaandeweg is ontvallen en waarnaar ze niet terugverlangden. Maar wat dan wel? Je kunt de vraag ‘hoe te leven?’ niet blijvend wegduwen. En dus ga je op zoek naar inspiratie en wijsheid die je kunnen helpen bij het vinden van een antwoord op die vraag. Dan ligt het voor de hand om terug te grijpen op oude bronnen, te meer als die nog in de krochten van je geheugen liggen opgeslagen.

Denkraam voor zingeving en betekenis

Dit zie ik nu om mij heen gebeuren. Veel mensen van boven de vijftig groeiden op in een tijd dat religie nog niet uit het publieke domein was verdwenen. Hun ouders en misschien zijzelf waren nog gelovig. Ze gingen allicht naar een protestants-christelijke of rooms-katholieke school waar minder verlegenheid heerste over de religieuze inspiratiebronnen dan tegenwoordig. Er zijn in hen restjes van een erfenis aanwezig waar ze nu op kunnen teruggrijpen, mits ze zich over hun weerzin van destijds weten heen te zetten en met frisse ogen kunnen kijken naar wat die begrippen mogelijk zouden kunnen betekenen en hoe er door de eeuwen heen over is nagedacht.

Maar hoe moet het nu met een jonge vrouw als Anne? Ze is een Belgische journaliste van begin dertig, die mij belde omdat ze voor haar krant een verhaal wilde schrijven over nieuwe religieuze uitingsvormen. Aan het eind van het telefoontje werd ze opeens persoonlijk. Ze zei: ‘Ik heb moslimvriendinnen die hun geloof als een vanzelfsprekende inspiratiebron met zich meedragen. Maar ik? Ik heb niets...’

Jongeren als Anne en Laura betalen de rekening van ons jarenlang publiekelijk stilzwijgen over de waarde van religie en spiritualiteit. Ze weten niet waar te zoeken of hoe erover te praten.

yvonne zonderop

Anne deed mij denken aan Laura, een studente aan de kunstacademie, die mij in arren moede mailde of ik haar kon helpen met haar eindexamenopdracht. Ze wilde iets doen met godsdienst, maar geen van haar docenten kon of wilde haar daarbij begeleiden. De docenten vonden religie maar een lastig, onaangenaam thema. En dus werd ze teruggeworpen op zichzelf: een jonge vrouw van begin twintig die een gevoeligheid bij zichzelf had ontdekt, maar die geen idee had hoe ze die zou moeten beantwoorden.

Jongeren als Anne en Laura betalen de rekening van ons jarenlang publiekelijk stilzwijgen over de waarde van religie en spiritualiteit. Ze weten niet waar te zoeken of hoe erover te praten. Er is geen vocabulaire waarop ze kunnen terugvallen. Terwijl hun behoefte aan zingeving en betekenis juist zo groot is. Bij de meeste jongeren hoef je niet aan te komen met een wervend verhaal over de verlokkingen van de individuele vrijheid waar een generatie vijftig jaar geleden zo warm voor liep. Zij ervaren waar die eindeloze vrijheid toe heeft geleid: een cultuur die jou tot architect van je eigen leven heeft gebombardeerd. Je moet vooral doen wat je leuk vindt en daaraan tevens betekenis zien te ontlenen. En als je daar niet in slaagt, dan is dat je eigen tekortkoming. Ze zouden best eens gebaat kunnen zijn bij een kernidee uit het christendom, namelijk dat God jou ziet en om jou geeft ongeacht je prestaties. Maar hoe zouden ze dat weten als niemand erover praat?

Taal zonder schroom

Bij gebrek aan geloof in een God die ons vergeeft en die ons genade biedt, zouden mensen misschien elkaars psychiater kunnen worden, suggereerde de Vlaamse psychiater Dirk de Wachter in een interview. Want de behoefte van mensen aan troost en erkenning wordt niet minder, ook al neemt de kerkgang af. Hij stelt voor dat we elkaar zouden moeten bevragen over

onze angsten en twijfels. Elkaar moeten bevestigen en vergeven, nu we onze heil niet meer bij priesters of dominees willen zoeken. Maar dat vergt een taal waarin we ons zonder schroom kunnen uiten, en waarin de ander ons verstaat, anders gaat het niet werken.

De interviews van Fokke Obbema zijn een poging om ons deze taal aan te reiken. Ze helpen om ons denken te formuleren, dat maakt zijn bundel tot zo’n groot succes. Maar daartoe hoeven we ons niet te beperken. We zijn in een fase aanbeland waarin we religieuze termen weer op waarde kunnen schatten en aan ons repertoire kunnen toevoegen. Ze herinneren ons niet enkel meer aan de dogma’s van vroeger, maar ze openen ook een denkraam voor zingeving en betekenis. Nu Nederland zich van zijn verzuilingstrauma heeft bevrijd, hoeven we niet langer publiekelijk te zwijgen. We kunnen onszelf en elkaar bevragen: wat is goed, wat is kwaad, wat is zonde, wat is heilig, wat is vergeving? En waartoe zijn we ook alweer op aarde?

Bovenstaande tekst is (lichtbewerkt) overgenomen uit het boek Taalkracht (2020, ISVW, 176 blz, € 17,50). Yvonne Zonderop is auteur, moderator en bestuurder met een lange journalistieke staat van dienst. Ze was onder meer adjunct-hoofdredacteur van de Volkskrant, chef economie van de GPD en winnaar van de Anne Vondelingprijs voor parlementaire journalistiek. Ze is vaste medewerker van De Groene Amsterdammer. In april 2018 verscheen haar boek Ongelofelijk, over de verrassende comeback van religie.