Joods Nederland heeft dringend behoefte aan vernieuwing. Maar dan niet aan het soort vernieuwingen dat de afgelopen decennia over onze gemeenschap is uitgestort. Dat zijn vernieuwingen vanuit de seculiere, areligieuze en assimilatoire hoek. Waar wij echt verlegen om zitten zijn de traditioneel-religieuze vernieuwingen die Joodse gemeenschappen elders uit het slop hebben gehaald terwijl een hoog percentage van de Nederlandse Joodse gemeenschap steeds verder afdreef van datgene dat het Jodendom eeuwenlang in stand heeft gehouden. Indien Joods Nederland voor zichzelf een toekomst wil blijven zien, dan zal zij zich moeten versterken met vernieuwingen die velen van ons tot nu toe – al dan niet bewust – uit de weg zijn gegaan.

De prachtige sjoel met haar enorme koperen kroonluchter en de bladgouden versieringen in de koepel was veel te groot geworden voor de geslonken naoorlogse Joodse gemeenschap in de Twentse textielstad Enschede waar ik opgroeide. Voor met name de generatie voor mij, die de oorlog daadwerkelijk had meegemaakt, waren dit bedrukkende jaren. Iedere lege zitplaats in de sjoel werd beschouwd als een aanklacht tegen wat de Joodse gemeenschap was aangedaan. Hoelang zou de sjoel nog open kunnen blijven met de weinigen die er nog waren?

Buitenland

Ik had het voorrecht om op een vernieuwende manier kennis te maken met andere Joodse gemeenschappen. Gemeenschappen die net zo geleden hadden als de Nederlandse, maar daar toch anders mee om bleken te gaan. Toen ik 14 jaar was bracht ik een tijdje door in de Talmoedschool in Wilrijk, vlakbij Antwerpen. Dat was voor mij de eerste keer dat ik een volle sjoel zag.

Lody van Kamp

Op de vrijdagmiddag namen de Antwerpse jongens mij als Hollander mee naar hun huis midden in de diamantwijk. Voor het eerst kwam ik in een bloeiende Joodse gemeenschap terecht. De ouders en de grootouders van mijn nieuwe Belgische vrienden waren ook overlevenden van de sjoa, de verwoesting van het Europese Jodendom. Hun Jodendom bestond niet slechts uit overleven, maar uit proberen te herbouwen wat verwoest was. Het waren schitterende weken daar in de Talmoedschool, de Jesjiewa, die twintig jaar daarvoor verwoest was en waar de docenten en de studenten voor een groot deel waren weggevoerd. Iets waar wij tijdens ons verblijf nauwelijks aan werden herinnerd.

Mijn studie bracht mij voor een tweede keer op vernieuwende wijze in aanraking met dat andere opbouwende Jodendom dat ik in Nederland nauwelijks had meegemaakt. De Talmoed Hogeschool in het Zwitserse Montreux was voor mij dé gelegenheid om kennis te maken met de Thora-wereld en haar educatief systeem dat stamde uit het vooroorlogse Litouwen. De Thora uit Wilna, Kovno, Vilnius, Kaunas en andere oorden in dat deel van Oost-Europa was kleinschalig herboren daar in dat stadje aan het Meer van Genève.

Tijdens de jaren van studie en werk die daarop volgden werd ik onderdeel van de grote Joodse samenleving in het Londense Stamford Hill, Golders Green en Hendon – enkele tienduizenden families met hun eigen Joods-religieuze infrastructuur, zoals gemeenten, scholen, synagogen, winkels en alle andere voorzieningen waar het Joods-zijn om vraagt. Let wel, ook deze gemeenschappen bestonden voor het grootste deel uit overlevenden van nazi-Duitsland. Óf zij maakten vlak voor het begin van de Tweede Wereldoorlog de oversteek naar het Verenigd Koninkrijk, óf zij kwamen als overlevenden vanuit de kampen en de onderduik van het Europese vasteland naar Engeland.

Nederland

Het is een uitdagende vraag waarom juist hier in Nederland het Jodendom na die grote vernietiging geen nieuwe, hoge vlucht heeft genomen zoals op andere plaatsen in dit deel van de wereld. Het antwoord is minder uitdagend. Ook met een kleine gemeenschap zou dat getalsmatig best mogelijk zijn geweest, maar Joods Nederland kende al lang voor de jaren veertig een ander probleem. En dat was het probleem van een heftig voortschrijdende secularisatie en assimilatie. Binnen ons gemeenschapsleven was dit in navolging van wat zich afspeelde bij de overige denominaties in ons land zichtbaar.

Het is een uitdagende vraag waarom juist hier in Nederland het Jodendom na die grote vernietiging geen nieuwe, hoge vlucht heeft genomen

lody van de kamp

Maatschappelijke ontwikkelingen, voornamelijk de arbeidersbeweging, het liberalisme, het socialisme en het communisme, namen zeker in grote steden als Amsterdam, Rotterdam en Den Haag ‘het gezag’ over van het religieuze establishment. Dat de oorzaak hiervoor niet slechts op het conto van het ‘verwereldlijkt’ deel van Joods Nederland kan worden geschreven maar dat het religieuze establishment hiervoor eveneens medeverantwoordelijkheid draagt, is evident.

Hoe dan ook, de schuldvraag lost niets op als het gaat om de vraag hoe het nu verder moet met het Jodendom in Nederland. Wat wél tot een toekomstvisie en een uitkomst kan leiden is het op zoek gaan naar vernieuwingen aan de hand van de feitelijke situatie.

Secularisatie en assimilatie

De historicus en schrijver Jaap Meijer beschrijft aan het eind van de jaren zestig in Hoge hoeden de vooroorlogse situatie in Joods Amsterdam aan de hand van een sprekend voorbeeld van hoever de secularisatie was gevorderd. In Mokum, het Jeruzalem van het Westen, woonden in 1940 ongeveer 80.000 Joden. Een heel klein deel daarvan maakte dagelijks gebruik van de synagoge. Een groot deel kwam al lang niet meer in de gebedsruimte. Van het middensegment bezocht een deel in herinnering aan het gedrag van de ouders of grootouders de synagoge nog maar één of twee dagen per jaar, de Hoogtijdagen.

Hoe klein de behoefte aan een bezoek aan de synagoge was, bleek wel uit het feit dat zelfs op de allerheiligste dag op de kalender van het Jodendom, Grote Verzoendag of Jom Kippoer, voor heel Joods Amsterdam maximaal 6.000 synagogeplaatsen beschikbaar waren. Dus voor minder dan 10 procent van het totaal aantal Joden dat de stad rijk was. Dat toont, zo redeneert Meijer, hoe armoedig het was gesteld met de religieuze behoefte van Nederlands grootse Joodse gemeenschap.

Vernieuwing

Na deze constatering stelt Meijer een vraag die hij zelf hypothetisch noemt: indien de sjoa niet had plaatsgevonden, was het Joodse leven in Nederland dan ook niet gedoemd geweest te verdwijnen? Maar dan door de alsmaar voortschrijdende secularisatie en assimilatie? Deze onbeantwoorde vraag van Meijer is altijd blijven bestaan.

Synagoge in Amstelveen

Meer dan een halve eeuw na de vraag van Meijer, zestig jaar later met een alsmaar voortschrijdende secularisatie, is de vraag ‘Hoe nu verder?’ belangrijker dan ooit. Wat kunnen we doen om de toekomst van het Jodendom in Nederland veilig te stellen? Het antwoord hierop is het toverwoord ‘vernieuwing’. Maar wat is vernieuwing? De leidraad en het bestaansrecht van het Jodendom gaan over religie. Over het goddelijk gezag en de verhouding van de Jood tot de Eeuwige. Alles wat daar buiten staat gaat niet over het Jodendom. Het gaat op zijn hoogst over Joden.

Binnen de context van het leven van de Jood in Nederland is getalsmatig weinig over van het Jodendom. Ja, in een klein hoekje van Amsterdam en een heel enkel plekje in de rest van ons land gaan Joden drie keer per dag, zeven dagen per week, gewoon naar hun sjoel, hun synagoge. De sjabbat is daar nog echt sjabbat, de spijswetten betekenen dat eten wat er gegeten mag worden en laten staan wat niet voor de Jood is geschapen om te eten.

Het Joodse huwelijk en al het overige van de Joodse regelgeving is nu het exclusieve domein geworden van nog maar weinigen in ons land die zich hieraan conformeren. Een heel klein percentage van het jongere deel van de gemeenschap maakt deel uit van het traditionele Joodse dagonderwijs. Maar dit is wel allemaal Jodendom. Dit heeft eeuwigheidswaarde. De rest gaat ‘alleen nog maar’ over cultuur, geadopteerd erfgoed, een Joodse achtergrond, elementen die aan religieuze slijtage onderhevig zijn. Niet over groei en bloei.

Transitie van ‘Joden’ naar ‘Jodendom’

De transitie terug van ‘Jodendom’ naar ‘Joden’ kan gekeerd worden. Dat zou binnen verschillende domeinen moeten gebeuren. De woordvoerders binnen Joods Nederland (onder andere van Joodse Kerkgenootschappen en maatschappelijke organisaties) zijn bijna allemaal personen die niet redeneren en acteren vanuit het Jodendom. Het is de stem van Joodse mensen (overigens is er zelfs daar bij lange na niet altijd sprake van specifiek Joods zijn) maar de stem van het Jodendom blijft achterwege.

Een belangrijke spraakmaker voor Joods Nederland vandaag de dag is de stem van het zionisme. Maar zionisme is geen Jodendom. Het is een ideologie die te maken heeft met Israël, met het oorspronkelijk verlangen naar een eigen Joods, liefst seculier, land. De zionistische stem die wij in Nederland horen, vertolkt een politieke stem zonder religieuze context en draagt dan ook niet bij aan de religieuze eeuwigheidswaarde van het Jodendom.

Het Joods Cultureel Kwartier – het Joods Historisch Museum, de Portugese Synagoge, de Hollandsche Schouwburg en nog een aantal locaties – trok vorig jaar zo’n 350.000 bezoekers. Al deze mensen komen naar ‘Joods’ kijken in dat deel van Amsterdam waar zich nagenoeg niets afspeelt aan hedendaags Jodendom. Het gaat over de historie, over hoe het was. Van die 350.000 gasten zien wij er bitter weinig terug in de wijken waar de sjoels dagelijks gebruikt worden, waar onze kinderen naar de Joodse scholen gaan, waar het Jodendom leeft, werkt, leert en voortbouwt. Ook hier slechts Joods, maar geen Jodendom

Antisemitismebestrijding

Daar waar Joden zich laten horen, ook in ons land, staat de strijd tegen het antisemitisme hoog op de agenda. Maar waar het Jodendom zichtbaar leeft, heeft dit echter een bijna vanzelfsprekend lagere prioriteit. De niet-dragers van de keppeltjes klagen over het gevaar om met een keppeltje getooid de stad in te gaan. De bewoners die geen mezoeza, het verplichte kokertje met de Bijbeltekst uit Deuteronomium 6, aan de deurpost hebben, klagen over het gevaar van dit zichtbaar aanwezig zijn vanwege het antisemitisme.

Daar waar Joden zich laten horen, ook in ons land, staat de strijd tegen het antisemitisme hoog op de agenda

lody van de kamp

Degene die voor de buitenwereld nauwelijks herkenbaar is als Jood, is geobsedeerd door de ‘altijd aanwezige antisemiet’. De Joden die wel herkenbaar zijn – door de kleding, door hun dagelijkse gang naar de synagoge met de bekende zak met de gebedsmantel en gebedsriemen onder de arm, de kinderen op weg naar school, de jongetjes met hun pijpenkrulletjes langs hun oren en de meisjes in hun rokken – gaan hun religieuze gang zoals het Jodendom dat al eeuwen doen. Er is waakzaamheid voor de antisemiet, maar de prioriteit is en blijft het Jodendom en niet een alternatieve bezigheid van het zich bezighouden met een spook dat voor de praktiserende lid van het Jodendom veel kleiner en minder bedreigend is dan de beeldvorming doet vermoeden.

Terug naar het Jodendom

De ideologie van het Jodendom is de naleving van wat de Eeuwige ons geboden heeft. Een andere ideologie kent het Jodendom niet. Het Jodendom leeft in het heden en niet tussen de museummuren. Met het oog op de toekomst bestaat dé bestrijding die het Jodendom nodig heeft uit de strijd tegen een verdere secularisatie en assimilatie. Andere bestrijdingen, zoals die van het antisemitisme, zijn een noodzakelijkheid die echter geen toekomstperspectief bieden.

Vernieuwing is het toverwoord voor heropbloei, zoals in die grote Jodendomcentra elders in de wereld.

Op weg terug van ‘Joods’ naar Jodendom. Om dit te bereiken moeten de rabbijnen als geestelijk leiders opnieuw het woordvoerderschap op zich nemen. Het beeld dat het zionisme het kenmerk van de Nederlands Joodse gemeenschap is, moet naar ware proporties worden teruggebracht. De zionistische stem is niet de spraakmaker van het Jodendom. De Joods museale wereld is goed voor voorlichting over het Jodendom van weleer.

De samenleving moet er van worden doordrongen dat het Jodendom van vandaag springlevend is. En ten slotte: de bovenmatige energie die nu aan antisemitismebestrijding wordt besteed, moet worden ingezet om het positieve beeld over het Jodendom dat in de Nederlandse samenleving bestaat, terug te brengen in de hoofden van de Joodse burgers zelf. Met zo’n vernieuwing kunnen wij als geloofsgenoten binnen het Jodendom weer honderden jaren vooruit.

Lody B. van de Kamp is rabbijn, schrijver en publicist.